#8 Kraaienvrienden

In mijn vorige blog vertelde ik kort over de kraaien Fred, Witveertje en Huptiehup. In deze blog zal ik meer over ze vertellen.

Ergens halverwege vorig jaar besloot ik pinda’s mee te nemen op mijn wandelrondje, omdat ik weleens kraaien tegenkwam. Een goede vriend van me voerde vaak kraaien en ik vond zijn verhalen leuk, dus wilde ik het ook eens proberen. Dus daar ging ik. Ik kan zeggen dat het in het begin nogal tegenviel. Ze moesten me nog leren kennen en vonden het eng als ik iets naar ze toe gooide. Dat heeft best een tijdje geduurd, maar plotseling begon dat te veranderen. Ze begonnen me op te wachten en kwamen naar me toe. De kraaien in het kleine parkje vlakbij mijn huis waren de eersten die mijn pindagewoonte doorhadden en ze namen ook hun kinderen mee. Zo grappig om te zien hoe de jongen een beetje dom naar een pinda zaten te kijken, tot een van de ouders het ding in de snavel had genomen. Vanaf dat moment was de pinda iets wat ze heel graag wilden hebben. Vader en moeder hadden het er maar druk mee.

Uiteindelijk leerden meer kraaien me kennen. De grootste groep zat op het verste punt van mijn wandeling, waar ze rond de herfst allemaal bij elkaar kwamen om samen de winter door te komen. Daar liep ik echt in een wolk van kraaien. Er zaten er zo dertig om me heen. Het leuke daarvan is dat je verschillen gaat zien en zo ook ontdekt hoe slim ze zijn. Het grootste deel van de groep zat altijd rechts van me, waarbij de meest dominante kraaien vlakbij zaten en degenen die onderaan de pikorde stonden, achteraan zaten. Ik gooide altijd genoeg pinda’s naar de voorste kraaien zodat zij even bezig waren en ik dus ook pinda’s naar de achterste vogels kon gooien. Alsnog was het weleens een strijd, want de ene kraai vond dat hij meer recht op een extra pinda had dan de ander en dan was het heibel. Maar er waren ook slimmeriken, die bedachten dat ze wel eens aan mijn linkerkant konden zitten. Daar was maar een smalle grasstrook, maar breed genoeg voor een paar kraaien. En die zag ik natuurlijk niet over het hoofd. De kraaien links waren altijd verzekerd van een of meer pinda’s terwijl de kraaien rechts van mij soms ruzie moesten maken. En ik gooide veel pinda’s! Dichtbij mijn voeten gaan zitten was ook een goed werkende tactiek, want niet iedere vogel durfde dat.
Helaas kostte het me teveel pinda’s om die enorme groep te blijven voeren. Het was heel leuk, maar afgezien van dat het best duur werd, kon ik me ook voorstellen dat niet alle omwonenden het leuk vonden. Tegenwoordig loop ik mijn rondje dus iets anders en kom ik niet meer langs dat veldje. Dat scheelt me enorm veel pinda’s! Helaas mis ik de gezelligheid van de grote groep kraaien ook, maar… ik heb meer kraaienvriendjes.

Ik kom nog wel vlakbij die grote groep en er is vaak een kraai die dan een stukje met me mee huppelt. Ja, hij loopt op de grond en huppelt naast me voort. Dat is Huptiehup. Natuurlijk krijgt hij altijd een pinda als hij weer naast me mee gehuppeld heeft. Ik moet er altijd om lachen als ik hem weer naast me zie en hij zijn best doet om me bij te houden.

We hebben ook nog Witveertje. Witveertje heeft een partner en samen wachten ze me altijd op langs het kanaal. Ik loop op de heenweg altijd over een fietspad langs een kanaal en ik vind het wat te druk om ze daar te voeren. Er is een plek vanaf waar je via een trappetje, door de bosjes kunt steken naar het naastgelegen park. Op dat doorsteekplekje gooi ik dan wat pinda’s neer, zodat ze in alle rust kunnen eten en er geen kans is dat ze worden aangereden. Ze weten het precies! En Witveertje is een stuntpiloot, want soms komt hij vlak langs me heen scheren. Laatst liep ik door het park en ik zag ze niet. Opeens kwam hij van links en scheerde vlak langs mijn gezicht. Je moet niet bang voor vliegende vogels zijn als je kraaien voert, want ze kunnen er wat van. Heel soms raken ze me ook aan vanuit hun vlucht om te laten weten dat ze er zijn. Het kunnen behoorlijk brutale en tegelijk enorm lieve vogels zijn.

Maar nu komt Fred. Fred is groot en Fred is dominant. Er zijn vaak nog twee kraaien bij hem, maar Fred vindt dat alles voor hem is. Soms loopt hij me al tegemoet als ik eraan kom, of hij zit op een tak te roepen als hij me ziet. Dan komen de andere twee ook. Speciaal voor hem moest ik een tactiek verzinnen om ook de twee andere kraaien te kunnen voeren. Fred krijgt twee tot drie pinda’s en dan kan ik de andere twee ook iets toegooien. Maar oh wee als Fred snel is, dan jat hij ook de pinda’s voor de snavels van zijn vrienden weg. Hij verzamelt vervolgens alles in zijn snavel en zijn keelzak, maar ja… die raakt ook weleens vol. Dan moet hij de voorraad even ergens verstoppen, om daarna weer achter me aan te komen. Hij wil best nog wel wat meer pinda’s hebben.

Fred

Dat verstoppen is wel heel grappig overigens. Zo zag ik Witveertje een keer een voorraadje pinda’s in een kuiltje in het gras verstoppen, waarna hij er een blaadje overheen legde. En een andere kraai, van het stel dat ik de ‘introverte kraaien’ noem, verstopte de pinda’s in de zijkant van een molshoop, om er daarna een klont aarde bovenop te leggen. Ik vind dat fantastisch om te zien. Ik ben altijd wel heel benieuwd of ze hun voorraadje ook weer terugvinden.

De introverte kraaien noem ik overigens zo omdat zij niet brutaal zijn. Ze gaan soms stilletjes achter me zitten en wachten totdat ik door heb dat ze er zijn. Ik merk dat ze inmiddels wel meer aan me gewend zijn en wat meer durven, maar ze blijven netjes.

Ik zou nog veel meer over alle kraaien en hun fratsen kunnen vertellen, maar dan zou het een compleet boekwerk worden. Ik hoop dat ik je heb kunnen vermaken met mijn kraaienvrienden en ik hoop natuurlijk ook dat je dit een leuke blog vindt. Geen boeken, maar vogels.

Dankjewel voor het lezen en tot een volgende keer!

Dit bericht is geplaatst in Algemeen, Natuur met de tags , , , , . Bookmark de permalink.